handpflichten

I
I 1 Güter in Gebrauch, in Nutzung nehmen und haben
  • dat de huysarmmeesters van St. Goedelen prochie in Brussel ... 't voors. huys met syne toebehoorten sellen moghen aenveerden, behouden ende handtplichten t'eeuwelycken daghe
    1447 Stallaert I 559 Faksimile
  • de rentier mach oick ... doen bescriven den ghenen die de panden bewoont, gehantplicht oft gedefruceveert [gedefructueert] ... heeft
    1545 CoutAnvers I 218 Faksimile
  • alsso verre die persoon die haeff niet en handplicht noch en deyt handplichten
    oJ. LimbWijsd. 107 Faksimile
  • LimbWijsd. 168 Faksimile
I 2 Rechte gebrauchen, genießen
  • omdat wij willen, dat onse goede lude van Holaer voers. gebruycken, hantplechten en useren moeghen paisselijck en vredelyck desen poincten voers. en alle haer vryheyt en ouden rechten
    1383 Stallaert I 559 Faksimile
II festnehmen
  • woe heer A. hertough van G. ... gehantplicht, gevencklick gesat ... wordt
    oJ. MnlWB. III 131 Faksimile