Knapp(en)lohn, m.
Knapp(en)lohn, m.
Lohn eines Handwerksgesellen
- 1450 LeidenKb. 240 Faksimile
-
van backen voir vuer, voir arbeyt ende voir knaeploen van elcken hoede groff terwenbroots ... xx witte st.1457 GorinchemRbr. 314
-
alle knapen, wt wat lande dat si comen of van wat ambocht dat si sijn, sijn si poirters of en gheen, die sullen moghen werken ende dienen in knaeploen, bi sulker ordinancie als hem tgherecht toe set1460 LeidenKb. 60 Faksimile
-
nyement, die ghien poorter is binnen Leyden, dat [snide-]ambocht doen sel ..., dan in cnapeloon voir sinen meester15. Jh. LeidenKb. 501 Faksimile
- 1510 's-HertogenboschAmbg. 433