Deutsches Rechtswörterbuch (DRW): (Rentmeisterschaft)

(Rentmeisterschaft)

, f., mnl. auch n.


I wie Rentmeisteramt (I) 
  • weir dat saghe, ove enighe rentemeisterschaf, porcenere, tholnere, wegemeistere ove enighe rente los were, also dat si besat solden werden ... van deme engme rade
    um 1325 KölnAkten I 15
  • dit is innemen haren F.v.d.B., van der rentemeesterscap ende van der baeliuscap van den lande van A. ende van W.
    1343 WerkenUtrecht2 21 S. 257
  • M. den rentmeister, van sinen loin der rentmeisterschaff 200 m.
    1385 AachenStRechn. 341
  • rekeninghe ... van allen goede, dat sijnre rentmeysterscap bevolen is
    1400 Fruin,KlSteden II 187
  • onse drossaitscip, rentemeisterscip ende dijcgraefscip
    1410 WoudrichemRbr. II 217
  • gerekent mit J.v.N. van der bailiuscap ende rentmeesterscap van M., N., W. ende G.
    1423 GooilandRbr. 163
  • dat het offitie van het secretarisschap ende rentmeesterschap by een gequalificeert persoone bedient zall werden
    1575 NlWB. XII 3 Sp. 2412
II wie Rentmeisteramt (II) 
  • onse rentemeesterscap van Oestvrieslandt
    1400 Schwartzenberg I 308
III wie Rentamt (III) 
  • onse vroonlande gelegen in onser rentmeesterscap van Kenemerlant ende van Vrieslant
    1419 RsprGrHolland I 146