Suche: 

Deutsches Rechtswörterbuch (DRW): (Schutemacher)

(Schutemacher)

, m.

(zunftgebundener) Handwerker, der Schuten (II) baut
  • scutemaker 
    1385 RsprGrHolland III 23
  • C., schutenmaker, borger to Emden, klagende up J. ... dat J. sines zulves schipp scolde teren laten
    1455 OstfriesUB. I 606
  • dat geen schuytemakers en sellen wercken notebomen ofte appelbomen korven
    1465 UtrechtGilden II 353
  • H. contra de ghemene schutemakers 
    1557 Alting,Diarium 76
  • waeronder die schuytemakers mede begrepen sullen zijn, mits dat deselbe schuytemakers al voiren op 't schuytemaecken eenen somer lang mede by eenen meester gewonnen sullen hebben elff stuvers 's daechs ende mede gebracht zullen hebben getuychnisse als vooren
    1589 AmsterdamGildew. I 473