Deutsches Rechtswörterbuch (DRW): (steinflüchtig)

(steinflüchtig)

, adj.

haftflüchtig, aus dem Gefängnis entflohen
  • van dat hij niet in en lach in een herberghe, daerne scepennen in wijsden te ligghenne van den tviste, die hij hadde tgheghens H., daer hij of ghewijst was steenvlochtich 
    1342 WerkenUtrecht2 30 S. 112