(Torfmann), m., (Torfleute), pl.
(Torfmann), m., (Torfleute), pl.
Händler, der Torf (II) (per Schiff anliefert und) verkauft
bdv.:
Torfschiffer
vgl.
Torfbauer
-
ij coyen keesen voer die torf luden, die den torf jn vuͤerden1377/78 CDNeerland. II 2, 1 S. 427 Faksimile
-
soe wat turfman mit turffe comet liggen binnen den hoecke van den G., die sal zijn turven vercoopen ende leveren binnen den eersten xiiii dagen1485 ZierikzeeRbr. 258
-
en sal gheen torfman enighen torf vercopen tensi bi den vijndersum 1500 GorinchemRbr. 269
-
niemande en sal moeten dadinghen mitten turfluyden, indien hoerl. turf boeuen ende onder niet alleens bevonden worde, dan bijden vinders1. Drittel 16. Jh. DelftK. 199